Het verhaal

Forums De Kantine Het verhaal

This topic contains 519 replies, has 9 voices, and was last updated by  vlaamsevink 1 month, 2 weeks ago.

Viewing 20 posts - 501 through 520 (of 520 total)
  • Author
    Posts
  • #21560

    vlaamsevink
    Participant

    Een heel eind verderop in het decor waren twee bomen druk aan het overleggen.

    ‘Jij bent een stomme boom’ zei de aardappelboom tegen de rijstboom. ‘Rijstbomen bestaan niet. Je valt op zo.’

    ‘Jij niet dan’ zei de rijstboom kwaad. ‘Zelfs die domme kabouter had je door.’

    De aardappelboom fladderde ongeduldig met zijn takken. ‘Vitten over kleinigheden brengt ons niet verder. Laten we liever voortmaken met onze opdracht.’

    ‘Goed’ zei de rijstboom. ‘Hoe gaan we de Amerikaanse verkiezingen beïnvloeden?’

    De aardappelboom zuchtte diep. ‘Dat was meer dan twee jaar geleden, sukkel. Nu gaat het om die twee uitvinders. We moeten ze ontvoeren en naar de president brengen.’

    ‘Lekker makkelijk, mensen ontvoeren wanneer je een boom bent’ gromde de rijstboom. ‘Wie komt op zo’n stom idee?’

    De aardappelboom draaide zich dreigend naar zijn buur. ‘Wat! Onze opdrachtgever hééft geen stomme ideeën, alleen geniale invallen die het glorieuze vaderland nog, euhm, bijzonderder maken. Begrepen?’

    ‘Ja, Wimov’ zei de Keesovboom met een benepen stemmetje.

    ‘Noem me niet zo! We zijn hier undercover!’ En… Sttt! Ik hoor stemmen.’

    Anne en de kabouters die met haar waren meegelopen hadden de aardappelboom ontdekt (en daardoor meteen ook de rijstboom, natuurlijk). ‘Zo’ zei Anne, terwijl ze op de stam van de aardappelboom tikte. ‘Dus dit is die befaamde niet-boom?’

    Prompt liet de boom een welgemikte aardappel op haar vallen.

    #21570

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    “Check” zei Anne direct “bomen kunnen niet horen en niet mikken. Is dus inderdaad geen boom.” De boom liet een hele berg aardappels vallen, maar maakte het daarmee voor zichzelf natuurlijk niet beter. “Kom, laten we hem er uit trekken, dan kunnen we hem beter bekijken”. Zoals al eerder gezegd, zijn kabouters onwijs sterk, dus het was wel te verwachten hoe dit zou aflopen. Toen de Wimov aardappelboom even later uit het decor was geplukt en op zijn blote voeten op het gras stond was wel duidelijk waarom bomen normaal wortels hebben in plaats van tenen. Hij had de grootste moeite overeind te blijven staan.
    De rijstboom proestte van het lachen. Dat had hij beter niet kunnen doen, want lachtende rijstbomen vallen nog meer op dan stille. Even later stond hij dus naast zijn soortgenoot in het gras, te piepen dat het gras kriebelde tussen zijn blote tenen. De hele menigte stond er omheen. “Het is een boom met tenen” vond de een. “Nee, ze zij betoverd” dacht Theodorus “alleen, door wie, en waarom?” “Wie horen het te zijn?” vroeg Frederic zich af. “Volgens mij stellen ze zich gewoon aan, ik loop altijd op blote poten en er is niks mis mee” snoof Jochem. Miriam gaf een van de twee een duwtje, waarna hij, na eerst even met zijn takken te malen, languit op de grond viel. De bast krakte open en het werd duidelijk dat Wimov er in zat. Prieeltje en Anne, de enigen uit het gezelschap die dit heerschap eerder ontmoet hadden, begonnen direct te gillen dat hij gepakt moest worden. Terwijl iedereen bovenop Wimov sprong om hem in de houtgreep te nemen, dacht Keezov zijn kans schoon te zien. Hij trippelde zo snel zijn tenen wilden over het gras. Maar de eerste oplettende kabouter zwaaide met zijn stok en riep dat de boom er vandoor ging. Miriam haalde hem met een vleugelslag in, tilde hem in z’n geheel op met haar bek en bracht hem terug naar de groep. “Zal ik deze ook laten vallen?” vroeg ze. Met de boom tussen haar kaken klonk dat eigenlijk als “‘hal ik ghehe ook lahu hahhu?” maar iedereen begreep wat de bedoeling was en riep “ja!!”. Keezov beleefde twee erg paniekerigs seconden terwijl hij uit de bek van Miriam viel en toen krakte ook zijn vermoming uit elkaar.

    Er verscheen een wit, klein hondje, dat keihard begon te huilen toen hij zag dat er twee bomen gesloopt waren.

    #21580

    vlaamsevink
    Participant

    ‘Luister eens’ zei Prieeltje streng tegen Wimov en Keesov, ‘dat gaat zomaar niet hoor. Deze wereld is van ons en daar horen stoute meneren uit Rusland niet thuis. Wat komen jullie hier doen?’

    Wimov en Keesov keken schaapachtig naar elkaar en daarna naar Prieeltje.

    ‘We kwamen een beetje een persoon ontvoeren’ zei Keesov na een tijdje.

    ‘Da’ zei Wimov. ‘Een persoon en nog een beetje. Het is te zeggen, eigenlijk twee personen… persoontjes.’

    ‘Het stelt allemaal niet zoveel voor’ probeerde Keesov. ‘Misschien zouden die twee persoontjes uit eigen beweging ook wel naar onze president hebben willen gaan. Is het dan wel een ontvoering? Of zou je kunnen zeggen dat wij, euhm, deze mensen gewoon wat sneller gewezen zouden hebben op een interessante reisbestemming?’

    ‘Da’ zei Wimov. ‘Zeer interessant. President heeft een hele mooie datsja. Er is stromend water, en als je het op het fornuis zet dan is het zelfs warm. President heeft bijna alle dagen elektriciteit, en voltijds drie mensen die de schimmel van de muren krabben. Het toilet heeft een eigen tuin. Er is ook veel ontspanning, president heeft projector met films van Charlie Chaplin en een antenne voor Duitsland.’

    Dat was natuurlijk nogal wat. Prieeltje was er even stil van. Uiteindelijk vroeg ze: ‘Wie kwamen jullie eigenlijk ontvoeren?’

    ‘Ah’ zei Keesov. ‘Dat is geheim. Mogen wij niets van zeggen. Staatsbelang. Vertellen is minachten van de Russische president, en brengt de glorie van het vaderland in gevaar.’

    ‘Da’ zei Wimov. ‘Hij bedoelt: krik-krak’. Hij maakte het welbekende gebaar van iemand die zijn mond op slot doet.

    Een slinkse kabouter rende naar voren met een lange strohalm (die lag daar net op de grond, wat toevallig enorm goed uitkomt voor het verhaal) en begon Keesovs blote tenen ermee te kietelen.

    ‘Huuu!’ zei Keesov. ‘Haahahahahahaaaaa! Stopstopstopstopstoooop!’

    De kabouter hield op met kietelen.

    ‘Wij zijn gekomen om te ontvoeren de heren Theodorus en Frederic’ gaf Keesov toe.

    #21599

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    “Ik hou wel van Charlie Chaplin!” reageerde Theodorus meteen. “Maar ik vind het niet netjes van die baas van jullie om mij te laten ontvoeren, in plaats van me gewoon mee te nemen. Wie denkt hij wel dat hij is?” “Roessische president” antwoorde Keesov “Roestige president?” herhaalde Theodorus “Zeker een al wat oudere robot” “Neeneeneee” zei Keezov “Niet robot, wel beresterk en star, maar…” hulpeloos keek hij naar Wimov. Die besloot korte slagen te maken “U wilt mee? Mooi, mag vast in auto stappen” en hij wees door het gat dat in het decor was ontstaan door de twee verdwenen bomen. “Nee” zei Anne “Theo, let op hoor, staks zit je vast in Siberie!” “Valt mee nu” zei Keezov “In zomer premafrost smelten, boel veel blubber, boel veel vastzitten. Nu koud, grond hard, kan je gewoon op lopen”. “Hoe koud?” vroeg Theodorus “-40 C, -50 C, wisselt een beetje” zei Keezov geruststellend.”Hebben we niet ook Charlie Chaplin op Netflix?” vroeg Theodorus opeens geschrokken aan Prieeltje “Op wat?” vroeg die, maar Doutzen kon hem geruststellen “Jahoor, je kan alles kijken, kom maar langs bij ons in de torenkamer. Dan zoeken we die Sjaarlie wel op voor je. Is ze mooi?”. Theodorus antwoordde niet, maar zei plechtig tegen Wimov “Ik heb zojuist besloten niet mee te gaan”.
    Wimov werd rood en toen wit en toen schoot hij uit zijn wortel tegen Keezov “Je hebt het helemaal verknald, je had het niet moeten zeggen”
    Toen pas kwam Frederic er tussen. Hij had de conversatie al die tijd staan volgen als een tennisspel van links naar rechts kijken en had er over nagedacht. “Waarom wil jullie president ons eigenlijk hebben?” vroeg hij zich af. “Weet niet” zei Keezov en ook Wimov schudde zijn hoofd.
    “Ga maar even vragen dan, als ik weet waarom ik mee moet zal ik er over nadenken” besloot Frederic “Dus tot binnenkort!” zie hij tegen de twee heren “En dan gewoon bij me aanbellen hoor, ik hou niet van dit soort verkleedpartijtjes”. Hij draaide zich om, zwaaide naar de hele groep kabouters en anderen “Doeg, ik ga slapen” en begon naar het kasteel te lopen.
    De kabouters keken verschrikt op hun horloges en concludeerden dat het nieuwjaarsfeestje veel te lang geduurd had, gezien ze morgen weer gewoon aan het werk moesten. Ook de andere kasteelbewoners vonden het wel mooi geweest en begonnen naar huis te lopen. Doutzen en Japke smoezend achteraan.
    Toen ze even later allemaal bij het kasteel waren bleken de twee kleine spoken verdwenen. Het begon al te schemeren dus dat was niet al te vreemd. “Hoeoeoeewieieieieieieiee” “Hoeoeoeewieieieieieieiee” klonk het even later over de velden, en Keesov en Wimov reden met witte gezichten van angst via de coulissen weg van het decor, terug naar de datsja.
    Op het moment dat de achterlichtjes verdwenen waren deed een kabouter het de schijnwerpers bij het 2019 decor uit, draaide de verwarming laag, controleerde of de raampjes geloten waren en sloot netjes af met een grote koperen sleutel, voor hij naar zijn boom ging om ook lekker te slapen.

    #21634

    vlaamsevink
    Participant

    Sorry hoor, heeft even geduurd…

    Zo bracht iedereen eindelijk nog eens een nacht op het kasteel in het midden door. Ook Japke en Doutzen hingen het grootste deel van de tijd gewoon boven hun eigen bed (spoken slapen hangend) want na een tijdje begonnen ze het toch een beetje koud te vinden buiten en bovendien was het een beetje mistig, en ze hadden geen zin in natte kleren – een spook kan immers niet zomaar van kleed wisselen.

    De volgende ochtend stond de koning vol dadendrang op. ‘2019 wordt een bijzonder jaar!’ riep hij opgetogen. ‘Een jaar waarin de bijzondere bijzonderheden die ik als een onuitputtelijke reeks wonderlijkheden verwezenlijk, nog bijzonderder zullen worden! Mijn ideeën zijn zo groots dat ze bijna te veel zijn voor één rijk!’ De rest van het kasteel sliep nog, en dus was er niemand om de koning bij te vallen (dat vond hij jammer) maar ook niet om hem tegen te spreken (dat viel hem dan weer mee).

    De koning ging secuur in het midden van zijn gouden troon zitten en keek uit over zijn rijk, met zijn mooie nieuwe decor, en vroeg zich af wat hij er nu precies mee wilde gaan doen. Nadat hij daar even over had nagedacht, kwam hij tot de conclusie dat hij daar eens láng over moest nadenken. Hij begon er meteen mee, maar hield er na zeventien minuten mee op toen hij zich bedacht dat hij niet precies wist hoe lang dat nu precies duurde, lang nadenken. Hij trok aan een bel, en even later verscheen een raadgever voor de majesteitelijke troon.

    ‘Vertel me eens, Ingenius’ zei de koning. ‘Hoe lang duurt lang nadenken?’

    Ingenius wist het meteen. ‘Lang nadenken, majesteit,’ antwoordde hij, ‘duurt even lang als zeven en een halve keer kort nadenken.’

    ‘Hmm’ zei de koning. Hij fronste zijn wenkbrauwen en deed Ingenius teken dat hij kon gaan. Nadat de wijze man zich had teruggetrokken, bleef de koning achter met de eenzaamheid die, zo vond hij zelf, alle grote mannen eigen was. Want hoe lang duurde kort nadenken dan wel? Hij had het niet durven vragen. Toen schakelde hij over op de vraag of er ook grote vrouwen waren en of ook zij wel eens eenzaam zouden zijn, maar de koning, die buiten zijn Marels weinig interesse had in het vrouwelijk geslacht, wist ook daar het antwoord niet op. Misschien moest hij het nog verder verbijzonderen van zijn verwezenlijkingen maar wat uitstellen, en voorlopig genoegen nemen met iets dat gewoon bijzonder was. Ja, dat zou hij doen. En hij had al een idee.

    #21651

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Hij stond op, liep naar de keuken en schudde een hoeveelheid havermout in een kommetje. Wilde er een scheut melk bij doen, maar bedacht zich nog net op tijd dat hij liever warme pap had, zoals de keukehulp meestal voor hem maakte. Dus hij zette een pannetje op het fornuis en goot de melk daarin. Daarna ging hij de krant lezen. Toen hij bij de wetenschapskatern aangekomen was rook hij iets vreemds. Hij keek op van zijn krant en zag dat er iets raars gebeurd was. De melk was, zonder hulp van buitenaf, uit het pannetje geklommen, en zat nu aan te koeken op de kookplaat. Een heel klein restje melk dat in het pannetje achtergebleven was was een soort dun bruin-zwartig koekje op de bodem van de pan geworden. Dit alles rook zeer vreemd, in elk geval niet zoals zijn pap normaal ‘s ochtends rook. De koning besloot dat het beter was nergens aan te zitten en Marels te halen. Misschien had een van die tovenaars zijn melk betoverd zodat die nu kon klimmen? De koning liet de pan staan en haastte zich naar Marels, die nog lekker lag te slapen. De koning vroeg zich af of zij het op prijs zou stellen als ze wakker gemaakt zou worden voor zo iets abnormaals. Marels was wel vaker uit haar humeur als hij haar ‘s ochtends wakker maakte, ook al ging het om de meest spectaculaire gedachten of gebeurtenissen.

    Toen de koning een poosje had zitten denken hoorde hij opeens een schel geluid. Hierdoor hoefde hij niet meer na te denken over het wel of niet wakker maken van Marels. Zij hoorde het geluid ook en schoot overeind. “Brandalarm!” riep ze direct en toen “Man, pak de fotoboeken, we gaan naar buiten”. Ze had weinig aan, vond de koning, om naar buiten te gaan, maar hij had wel geleerd niks over Marels’ kleding te zeggen, omdat dat ook zoiets was wat ze meestal niet erg kon waarderen. Hij wilde liever zijn zetel en een paar ordners met staatsgeheimen mee naar buiten nemen, maar Marels stond er op dat hij de helft van de fotoboeken zou dragen.

    Alle andere bewoners stonden al buiten toen ze aan kwamen sjouwen. Er heerste een bepaald sfeertje van onrust en spanning. De tovenaars waren aan het proberen water te laten spuiten uit hun toverstokjes, maar hadden hun toverboek binnen laten liggen, wat niet erg bevorderlijk was.
    Jocheia probeerde Mirjam tegen te houden om binnen te gaan kijken wat er aan de hand was. Miriam stelde voor samen met Jochem te gaan, maar gezien zijn potentiele confettiproductie en het daarmee samenhangende brandgevaar vond iedereen dat een uitermate slecht idee.

    Toen kwam Opa koning aanlopen. Hij woonde al een tijdje in in het kasteel van het Midden, sinds hij Prieelte weer ontmoet had en zijn kasteel uit het zand opgegraven was in Zuid Afrika. Hij had de tuinslang bij zich, richtte zich op het keukenraam dat er erg rokerig uitzag en vroeg of een draak (met vuurvaste poten) het raam voor hem omhoog wilde schuiven. Zonder verder op Jocheia te letten sprong Mirjam enthousiast naar voren en deed het raam open. Opa koning spoot zo veel water naar binnen dat er een gat in de rookwolk ontstond, zodat ze konden zien dat de oorzaak waarschijnlijk het een of ander op de kookplaat was. Opa koning spoot een pannetje vol water en toen ging het brandalarm uit.

    “Mooi” vond Marels “ik kreeg het al aardig koud” en ze de liep weer naar binnen, om direct weer in haar bed te duiken. “Ik weet dat je nog wakker bent” zei de koning, die haar achterna was gelopen, al was het alleen maar omdat de fotoboeken weer opgeborgen moesten worden. “Ik wilde wat aan je vragen, maar je sliep nog. Nu je toch wakker bent…” Marels zuchtte en stak haar hoofd boven de deken uit. “Wat is er” vroeg ze.

    #21652

    vlaamsevink
    Participant

    ‘Ik vroeg me af’ zei de koning, die een beetje gehaast was omdat hij de wetenschapskatern nog wilde uitlezen voor hij aan verdere verwezenlijkingen zou beginnen, ‘wat je zoal kan doen om te vermijden dat warme melkpap uit het pannetje wegloopt, en op het fornuis terechtkomt en zo.’

    Marels begreep meteen wat het brandalarm veroorzaakt had waardoor ze even daarvoor zo ruw uit haar slaap gewekt was. ‘Jij sukkel!’ riep ze. ‘Waarom probeer je ook zelf te koken, je weet dat dat niets voor koningen is. Oh, als ik toch niet alles zelf doe!’ Ze keek om zich heen naar iets om mee te gooien en graaide naar een van de fotoboeken, die weliswaar opnieuw naar binnen gedragen waren maar die nog niet netjes waren teruggeplaatst in de koninklijke bibliotheek. Ze mikte het album naar het raam, trok zich er niets van aan dat dat gesloten was (want het was koud) en even later vloog het album, begeleid door luid glasgerinkel, naar buiten. De koning keek het beduusd na, tot zijn vrouw hem van onder de dekens kwaad toeriep: ‘Wel? Er ligt een fotoalbum op het gazon. Zou je dat niet een keertje gaan halen?’

    De koning liep mopperend weer naar beneden en viste het album tussen de begonia’s vandaan, verontwaardigd mopperend dat hij zo natuurlijk nooit aan staatszaken toekwam. Hij gaf het album aan een lakei met het verzoek het van begonia’s te ontdoen, en ging toen aan de slag met het grote plan dat hij inmiddels bedacht had: hij zou de achterkant van het kasteel gebruiken om een metersgroot portret van zichzelf te maken. Dat leek hem een geweldig idee, en hij wist wel zeker dat al zijn onderdanen er ook zo over zouden denken.

    Een pot verf en een borstel waren snel genoeg gevonden, en van de verontwaardigde kreten van de man die bezig geweest was de staldeuren te schilderen trok de koning zich niets aan. De borstel was in uitstekende staat en de verfpot bijna vol: uitstekend voor een koninklijk portret. Enthousiast doopte de koning de borstel in de verf, zette hem vervolgens tegen de muur… en toen aarzelde hij. Hoe zag hij er eigenlijk uit? Hij had zichzelf wel eens in de spiegel gezien, maar niet vaak genoeg om zijn hoofd uit het hoofd te schilderen. En een spiegel mee naar buiten nemen, nee. Zou je Marels weer horen. De koning had een beter idee.

    ‘Ignobel, Stupidus! Hier komen!’

    De twee gevraagde lakeien verschenen vrijwel meteen.

    ‘Ik ga schilderen’ kondigde de koning aan. Hij hield de borstel in zijn linkerhand en de verfpot in de rechter; het was een enigszins overbodige mededeling. Ignobel en Stupidus hoorden haar stilzwijgend aan.

    ‘Ik ga meer bepaald mezelf schilderen’ verduidelijkte de koning. ‘En jullie mogen beschrijven hoe ik eruit zie. Zodat ik weet wat ik moet schilderen.’

    Ignobel en Stupidus keken elkaar een fractie van een seconde aan, en zeiden toen tegelijkertijd: ‘Uitstekend, majesteit.’

    ‘Eerst het hoofd’ zei de koning. ‘Hoe is dat?’

    ‘Rond’ zei Ignobel.

    De koning tekende een grote cirkel op de muur. Toen  hij daarmee klaar was, zette hij enkele stappen naar achteren. Hij hield zijn (ronde) hoofd schuin, en schudde ermee. ‘Te klein! Het moet zó worden’ gaf hij aan. ‘Tot dáár.’ Hij wees vaagweg in de richting van de kantelen. De koning keek nog even beteuterd naar de cirkel, en knipte toen met zijn vingers. ‘Ik weet het! Ik heb een ladder nodig!’

    #21665

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Niet veel later kwam Prieeltje langs. Ze hield van ochtendwandelingen en aangezien ze toch wakker was door dat brandalarm, had ze bedacht de traditie van ochtendwandelen in ere te herstellen. Ze zag haar vader op een ladder met een grote borstel vol verf in zijn hand. “Pa, wat doe jij nou?!” gilde ze “Kom van die ladder af met die kwast!”

    Enigszins beduusd, en er bovendien aan gewend om te gehoorzamen aan de vrouwen in zijn directe omgeving, kwam de koning direct van de ladder af. “Het wordt prachtig!” meldde hij aan zijn boos kijkende dochter “daar is geen discussie over mogelijk”. “Pa, mag ik je er aan herinneren dat jij, Marels en de hele hofhouding logeren in mijn kasteel?” zei Prieeltje pinnig “En dat ik er dus over ga of hier al dan niet prachtige muurschilderingen komen? Bovendien ben ik bang dat je van die ladder aflazerd”. “Kind, aflazeren isgeen woord voor een princes” zei de koning, het geheel over het logeren negerend “zeg dan dat je bang bent dat je liefhebbende vader zijn evenwicht verliest”.

    #21676

    vlaamsevink
    Participant

    Die opmerking negeerde Prieeltje dan weer. Ze zette een paar stappen achteruit om de schildering in wording wat beter te overzien. ‘Wat is dit eigenlijk?’ zei ze halfluid. ‘Een paard… nee, wacht. Een kat… ook niet. Een mens? Ach nee, natuurlijk niet. Pa, ben je abstract bezig of zo?’

    De koning gromde. ‘Zie je dat dan niet? Het is een zelfportret. Van mezelf, dus. Met een hoofd, zie je wel? Rond, zoals het mijne.’

    Prieeltje voelde lachkriebels opkomen, maar die kon ze nog net onderdrukken. ‘Kom, pa’ zei ze. ‘Laten we gezellig even thee gaan drinken of zo, dan bedenken we daarna wel wat anders voor je.’ De koning liep gedwee mee naar binnen, zijn half afgewerkte muurschildering achterlatend.

    Binnen bleek Marels net heerlijke thee gezet te hebben, en Prieeltje en de koning dronken samen de hele thermos leeg. Het was wel gezellig, maar de koning voelde zich niet helemaal gelukkig want hij had nog steeds geen groots project om zich mee bezig te houden. Hij wilde daar net een opmerking over maken, maar hij werd onderbroken door iets dat buiten gebeurde en dat ongeveer klonk als GRGRGRGRGRGRGRGRGRGGGG.

    De koning vergat terstond wat hij had willen zeggen, en riep verbaasd: ‘Wat is dat GRGRGRGRGRGRGRGRGRGGGG?’ Hij liep naar het raam. Bleek dat vlak naast zijn kasteel een hoop beton gestord werd. Naast de betonmolen stonden een man en een vrouw. Ze negeerden de molen volkomen, maar gebaarden wel druk in de richting van het kasteel.

    Prieeltje en de koning liepen naar buiten. ‘Wat doen jullie hier?’ zei de koning kwaad. ‘Dit is privédomein hoor. Je mag hier niet komen.’

    De man stak joviaal een hand omhoog. ‘Hoi, ik ben Robert. Zij is Fabiana. En je hoeft je er geen zorgen over te maken dat we hier komen, want we zijn er al dus we hóeven niet meer te komen. Begrijp je?’

    De koning vond het onbeleefd dat hij met ‘je’ werd aangesproken en hij had ook de indruk dat de redenering van de man niet helemaal klopte, maar hij kon er de vinger niet opleggen.

    #21679

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Ik heb vanavond geen inspiratie en ben hierna een paar avonden van huis, dus ik zwaai even *zwaai* tot binnenkort!

    #21687

    vlaamsevink
    Participant

    Is prima hoor. 😉

    #21705

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Prieeltje reageerde minder vriendelijk. “Potverdorie, ik ben net terug van een lange reis en iedereen stampt hier maar kunstprojecten uit de grond zonder overleg. Ik wil geen schilderingen op MIJN kasteel, geen betonnen kunstkollossen naast MIJN kasteel en ook geen andere kunstuitingen zonder overleg”.
    “Hoeft ook niet” zei de man “Wij bouwen geen kunst, wij bouwen een kantoorcomplex”. Prieeltje liep zwaar rood aan en begon te stampvoeten. Gelukkig kwam Marels naar buiten om te kijken wat er aan de hand was. “Oh, kantoorcomplexen, die hebben we niet nodig hoor” zei zij. “Hoeft ook niet” zei de man “Wij zien het dan ook als project, dan heb je geen last van het fenomeen nut. Wij zijn projectontwikkelaars”.

    “Kom” zei Marels, en ze sloeg een arm om de vrouw heen “Jullie zullen wel trek hebben in een kop thee. Wat heb je trouwens eeeeenige schoenen aan”. Ze trok Fabiana, die om de een of andere onduidelijke reden op hoge hakken bij de betonmolen stond in richting de keuken en knipoogde over haar schouder naar Prieeltje. “Doe jij die molen even uit, dat we rustig thee kunnen drinken, deze mensen hebben het nodig”. Prieeltje deed braaf de betonmolen uit terwijl Marels Fabiana meenam. Robert wilde protesteren tegen het uit doen van de molen, maar Marels riep met een kweelstemmetje achterom: “ik ben zo onder de indruk, een echte projectontwikkelaar, wilt u mij vertellen over uw inzichten?” waarop hij de molen vergat en achter Marels en Fabiana aan liep. In de keuken In de keuken deed ze de oven open, waar de baklucht van een verse cake uit kwam. “Weet je, morgen zijn wij jarig” vertelde ze “maar jullie mogen alvast wat proeven”. Fabiana en Robert begonnen zich erg speciaal te voelen, een gevoel dat zij graag hadden. Ze nestelden zich in de bank met de vele kussens en lieten zich de thee en cake goed smaken.

    Prieeltje kon het niet uitstaan dan Marels deze mensen behandelde als goede vrienden die ze te lang niet had gezien en vertrok naar haar torenkamer.
    De koning vertrok voor een wandelingetje door de tuinen, om na te denken over een Groot Project. Projectontwikkelaar, hij had het nooit eerder gehoord, maar dat woord was precies op hem van toepassing.

    Ondertussen waren de familie spook, de familie draak, de twee tovenaars, Joke en Anne bij elkaar gekomen voor overleg. “Morgen zijn we allemaal jarig, tijd voor een groot feest!” vonden de spookjes Japke en Doutzen. “Volgens mij is Prieeltje het vergeten” dacht Frederic “dus laten we in het geheim een feest voorbereiden, dat is leuk!” “Jaaa” vond Jochem “met veel smarties en chocolademelk, en dan nodigen we iedereen uit, Hans en Pieps en de buren van de Koning en Marels met die twee kinderen, hoe heten die ook weer?” “Liesje!” zie Anne “en dat jochie dat ze bij het circus toen hebben opgehaald was Leo”. “Mag de Chinese draak dan ook komen?” wilde Miriam weten “Ik vind het best” zei Anne “laten we gewoon iedereen die we kunnen verzinnen uitnodigen, maar alleen de leuke natuurlijk”. En ze somden op “Die trol, met zijn zoontje Grollus!” “Als ‘ie maar niet alles sloopt” “Joh, dat trolletje is ook ouder geworden, dat gaat vast goed”. “De schrijfster, en die twee tovernaarsjochies, die waren wel leuk” “Die enge Heerscher met zijn vuur niet hoor!” bibberde Miriam. “En die leeuw en tijger?” wilde Theodorus weten “Die willen nooit meer weg uit Azie en Afrika, die kunnen we net zo goed niet uitnodigen”. “Misschien wil die kluizenaar ofzoies, allesweter? uit dat andere kasteel wel komen” dacht Frederic. “Die twee jongens waarbij Prieeltje in het boek verdween!” “Nee, die kinderen van de schoolklas uit de bovenwereld!” dat vonden ze allemaal een goed idee. Ook kwamen alle kabouters op de lijst van genodigden te staan. Doutzen en Japke mochten met het somniverhiculum om de uitnodigingen te gaan rondbrengen.

    Toen de twee projectontwikkelaars naar buiten vertrokken waren met een zo warm gevoel als ze in geen jaren gehad hadden slaakte Marels een zucht van verlichting en begon aan de grootste taart ooit.
    Robert en Fabienna ontdekten aan het ingedroogde beton dat ze een aardig tijdje in die gezellige keuken gezeten hadden. De molen kon niet meer draaien en het beton waar ze al mee begonnen waren was hard geworden. “Prachtig!” riep de koning “heel bijzonder dit werk!”

    #21710

    vlaamsevink
    Participant

    Robert en Fabiana waren minder gelukkig. ‘Zonder molen geen kantoorcomplex’ mopperde Robert. ‘En ik had net zo’n prachtig ontwerp bedacht. Met ramen en gangen en zo, misschien zelfs een koffieautomaat.’

    ‘Koffieautomaat, heerlijk!’ riep de koning, die een toekomst als projectontwikkelaar helemaal zag zitten. ‘Ik weet zeker dat dat van die molen wel weer in orde komt. En als dat ding weer gaat draaien, dan komt het helemaal in orde met dat complex dat hier gebouwd zal worden door ons drieën!’ Hij keek de twee anderen vrolijk aan.

    Robert en Fabiana zwegen. Ze keken naar elkaar. ‘We zijn maar met z’n tweeën hoor’ zei Fabiana voorzichtig.’

    De koning wuifde die opmerking weg. ‘Nee, nee, nee. Ik wist meteen dat jullie er bijna waren, maar nog niet helemaal. Jullie hadden duidelijk nog iets extra’s nodig. Wat zeg ik, iemand extra. En wat kan je nu beter hebben dan een koning? Wacht.’ Zonder op antwoord te wachten liep hij naar een van de schuurtjes die bij het kasteel hoorden. Even later kwam hij weer tevoorschijn met een schop. ‘Zo!’ riep hij. ‘Ik kan beginnen.’ Hij wachtte niet op instructies, maar stak de schop, waarvan het metalen gedeelte behoorlijk verroest was, meteen in de grond. De schop zei ‘krak’ en brak af.

    Fabiana draaide zich om om haar lach te verbergen en Robert zette zijn handen in zijn zij. ‘Luister eens, majesteit, misschien kan je eerst even iets doen aan die molen. Wat ken je daarvan?’

    De majesteit keek eerst beteuterd naar de schop en daarna naar de molen, een toestel waar hij bijzonder weinig van kende. ‘We hebben wel twee tovenaars’ zei hij. ‘Die kunnen dat ding vast wel weer laten draaien.’ Hij draaide zich abrupt om en liep het kasteel binnen.

    Frederic en Theodorus waren een beetje ongeduldig toen de koning hen kwam vragen of ze een cementmolen konden herstellen. Ze vonden zoiets praktisch een beetje beneden hun waardigheid, en bovendien, zo legden ze uit, hadden ze absoluut geen tijd omdat ze nog honderden stuks feestkledij moesten toveren voor de gasten die ‘s avonds zouden komen.

    De koning vond dat wel jammer want hij wist dat de molen elementair was voor zijn nieuwe carrière als projectontwikkelaar, maar als vorst begreep hij ook als geen ander het belang van een geslaagd feest. Hij liet de tovenaars dus rustig verder werken (ze hadden al een mooie stapel feestjurken en smokings bij elkaar gekregen, waardoor hij moeite had hun kamer uit te komen) en liep weer naar zijn nieuwe kompanen. Maar halverwege stond hij stil en tuurde naar de lucht. In de verte hoorde hij het ronken, stampen en sudderen van het somniumvehiculum, en het leek erop dat het wonderlijke vervoermiddel al een paar gasten meebracht.

    #21717

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Hieperdepiep…

    HOERAAAAAA!!!

    Kees de Wit (zie pagina 15 van Het Verhaal) was de eerste die uitstapte. Hij schudde de koning krachtig de hand en vroeg of hij hem nog ergens bij kon helpen met de voorbereidingen. De koning nam hem mee naar de betonmolen en even later stonden ze elkaar op de schouders te slaan als oude vrienden.

    De eerste rit van Doutzen en Japke in het verhiculum was duidelijk naar Afrika geweest, want na Kees stapten Leeuw en Toetachamon uit, die voor de gelegenheid uit zijn piramide gekomen was. Hij had een zonnebril met zwarte glazen op en een parasolletje bij zich, en wilde graag weten of er ook een kelder was om even bij te komen. Doutzen leidde hem naar de katacomben van het kasteel. Toevallig hing hij daar graag rond, dus hij wist de weg op zijn naden.
    Leeuw rende direct het weiland in en had al bijna Joke te pakken, voor een verschrikte Japke nog net kon ingrijpen. Hij voelde zich erg volwassen toen hij Leeuw uitlegde dat niemand hier elkaar op at, en er vanavond met het feest genoeg te eten zou zijn voor iedereen. Na die uitleg ging Leeuw liggen slapen in de schaduw van een boom.

    Even later werd hij opgeschrikt door een luid ‘GRGRGRGRGRGRGRGRGRGGGG’. Kees, die een stuk praktischer was aangelegd dan de koning, stond tevreden naar de draaiende betonmolen te kijken.

    Japke en Doutzen maakten zich klaar voor de volgende rit. Hoewel zij flink hun best deden, en Marels en de tovenaars ook, en de draken die aan de versieringen werkten, leek het er op dat de voorbereidingen vandaag niet af zouden geraken.
    “Maar dat is niet erg” schreef Hella, de schrijfster “want het voordeel van de onderwereld is dat de tijd rekbaar is, en we vandaag zo lang kunnen laten duren als we willen”.

    #21725

    Pien
    Moderator

    Moderator
    Vragen? Problemen? --> mods@sayswho.nl

    Soms praat ik tegen mezelf, dan moeten we allebei lachen.

    #21729

    vlaamsevink
    Participant

    Voor de koning kon de dag alvast niet lang genoeg duren. Hij keek glunderend naar de draaiende betonmolen en hij wist dat zijn bestaan als projectontwikkelaar nu echt begonnen was. Dat vond hij geweldig, want tot nu toe had hij hoogstens projecten mogen goedkeuren die anderen dan voor hem ontwikkelden, maar hij voelde dat hij in een fase beland was waarin hij de capaciteiten gekregen had om zelf te gaan ontwikkelen. Misschien was het zelfs wel tijd voor een nieuw staatsieportret, dacht hij dromerig. Zo eentje waarop hij heldhaftig op een paard zat, met zo’n ding in zijn hand, zo’n lange stok. En dan natuurlijk een beetje de lucht in kijken, dat hoorde zo. Ja, dat…

    KLINGKLANGKLONG!

    De betonmolen protesteerde hevig en kwam tot stilstand. De koning ontwaakte uit zijn portretdromen en richtte zijn aandacht weer even op het hier en nu. De molen, zo stelde hij al snel vast, was gestopt omdat er een groot voorwerp in beland was, een voorwerp waarvan hij niet zo snel kon zien wat het was omdat het meteen bedekt was met een kleverige laag cement.

    ‘W… Wat was dat?’ vroeg de koning ontredderd.

    ‘Dat was je troon’ zei Marels, die naast hem bleek te staan. ‘Ik dacht, die doet het vast prima om zo’n betonmolen te stoppen. En kijk, dat is ook zo.’

    ‘Mijn troon!’ riep de koning. ‘Daar moet ik op kunnen zitten om allemaal heerlijke projecten te ontwikkelen!’

    ‘Niet vlak naast het kasteel’ zei Marels. ‘Dan zijn we ons uitzicht kwijt. Wat denk je dat dat doet voor de vastgoedwaarde? Trouwens, dan wordt ook de wind tegengehouden en dan krijg ik het wasgoed niet meer droog. En weet je wel hoeveel kleren Frederic en Theodorus de afgelopen dagen bij elkaar getoverd hebben? Je weet toch wel dat we dat na afloop allemaal moeten wassen en drogen. Het gaat zo ontzettend stinken als mensen een hele avond gehofbald hebben, niet te doen. Zeker bij die dikke Duitsers, die zijn dat natuurlijk niet gewoon.’

    Daar had de koning niet van terug. Even nog keek hij beteuterd naar zijn troon, maar lang duurde dat niet want al snel werd zijn aandacht getrokken door het geluid van het somniumvehiculum, dat een nieuwe lading gasten aankondigde.

    #21731

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Wat een mooie kaart @Pien! Ook @nummmerzoveel en @nlies bedankt

    Dit keer zat het somniumvehiculum vol met gasten van boven. Een groot deel van de schoolklas die had meegezocht naar de toverketting van de kabouters zat er in, terwijl de rest waarschijnlijk nog in de bovenwereld stond te popelen om te komen. Voorop, vlak bij de propellor, zat de eekhoorn uit de vroegere tuin van Prieeltje. Op de achterbank, een beetje klem door de schoolklas, zaten Liesje met haar moeder en het jongetje Leo. De basisschoolkinderen wisten niet hoe snel ze alles aan moesten wijzen aan elkaar “Kijk daar, een kasteel!!!” “Kijk die toren!” “Ik zie een echte eenhoorn, daar, in het weiland!” “Kijk, uit de bosjes komen kabouters aanlopen!” “Ik zie een tovenaar!” “Waar?” “Daar, ohnee, zelfs twee!” “Daar is een draak, een paarse!”

    De kabouters herkenden de hulpvaardige kinderen en begonnen te wuiven. De kinderen sprongen enthousiast op en neer, tot het somniumvehiculum vervaarlijke begon te schudden. “Niet doen!” riep Doutzen, maar hij kwam niet boven het kabaal uit “Stop met springen!” gilde Japke en hij probeerde een paar kinderen weer op hun stoeltjes te duwen. Maar ze hadden er ook gewoon iets te veel tegelijk meegenomen en het somniumvehiculum daalde opeens heel snel. Toevallig kwam net Miriam naar buiten lopen, ze keek omhoog om te zien wie daar zo’n herrie maakte, zag het neerstortende somniumvehiculum aankomen en was met een vleugelslag op de goede hoogte om het uit te lucht te happen. Ze had het vehiculum bij de staart te pakken en zette het voorzichtig op de grond. De kinderen en de eekhoorn renden direct alle kanten op. Liesje, haar moeder en Leo waren natuurlijk al vaker op bezoek geweest, zij stapten normaal uit en liepen naar de jarigen toe om hen te feliciteren. “Komen jullie trouwens ook weer een keer terug Marels, zonder jullie in het kasteel naast ons is het wel wat stil” vroeg de moeder van Liesje.

    Liesje zag Joke in het weiland staan en ze strok Leo mee om op haar te gaan rijden. Toen Joke Liesje zag rende ze al enthousiast op haar af. Liesje had haarstrikken met glitters voor Joke meegebracht, en een nieuwe borstel en roze speldjes.

    #21739

    vlaamsevink
    Participant

    O ja, inderdaad mooie kaart, Pien! Was ik even vergeten te zeggen… En Pluk, wat ben je er goed in om je al die personages nog te herinneren!

    Joke wilde natuurlijk dadelijk proberen of die haarstrikken en roze speldjes haar goed zouden staan. Daar hoefde ze zich geen zorgen over te maken, zo bleek al snel. Het stond haar allemaal beeldig, en ze besloot terstond om die avond een uitgebreid optreden te geven, waarbij de kinderen dienst konden doen als koor. Die zou ze dan wel eerst weer moeten terughalen, want de hele klas was enthousiast achter de kabouters aangelopen. De kinderen vonden het fantastisch al die kabouters in hun eigen omgeving te zien, en ze wilden allemaal met hen op de foto. Dat duurde nogal lang, want de kabouters vonden dat ze eerst een gigantische taart voor het feest hoorden te bakken en ze hadden eigenlijk helemaal geen tijd om met al die belhameltjes te poseren.

    Frederic en Theodorus kwamen naar buiten gelopen, gelokt door het gejoel van tientallen kinderen en blij even te kunnen stoppen met het toveren van feestkledij. Ze werden dadelijk aangeklampt door de koning, die heftig gebaarde en hen meetroonde naar een sputterende betonmolen met een vaag en groot voorwerp erin. Vanuit de verte zag Prieeltje hoe de tovenaars, enigszins terughoudend, het kleverige voorwerp uit de molen visten en het vervolgens langs alle kanten bekeken, terwijl ze afwisselend keken naar elkaar, de koning en het brok cement. Ze schudden allebei van nee en de gebaren van de koning werden alsmaar groter en wilder. Prieeltje liep in de richting van de scène.

    ‘Maar het is fee-heest!’ riep de koning, wild molenwiekend in alle mogelijke richtingen. ‘Met gasten. En het ging de vorige keer al mis, toen jullie die rare kuikens getoverd hadden, weten jullie nog? Een affront, een afgang, een blamage, een dieptepunt voor het koninkrijk! En vanavond staan al die gasten er weer, en nu, en nu…’ – er sloop een snik in ‘s konings stem – ‘nu kan ik niet eens op mijn troon zitten om een mooie toespraak te houden!’

    Frederic en Theodorus bogen zich naar elkaar en begonnen te fezelen. Al snel verscheen op hun gelaten een opgewonden blik, en het duurde niet lang voor ze naar hun torenkamer spurtten. Daar sloegen ze dadelijk alle luiken open, en bogen ze naar buiten zo ver ze durfden terwijl ze luid allerlei toverspreuken riepen. In de verte klonk een rommelend geluid, en iedereen haastte zich naar binnen. De cementtroon bleef eenzaam achter.

    Toen kwam het onweer. Bliksem en donder en regen, veel regen. De regen sloeg tegen de kasteelmuren, tegen de ramen, voorzag het somniumvehiculum van een plasje water… en spoelde het cement keurig van de troon. De koning zag het van binnenuit gebeuren en liep dolgelukkig naar buiten, zonder zich te bekommeren om het regenwater dat zijn mantel binnen de kortste keren doorweekte. ‘Mijn troon!’ riep hij. ‘Nu kan ik een toespraak houden!’

    Binnen keek Marels afkeurend naar de tovenaars. ‘Jullie zijn bedankt hoor. Kunnen we weer naar dat gezeur gaan luisteren. En wie mag tegen vanavond die mantel weer droog krijgen, hé?’

    #21808

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Sorry @vlaamsevink, ik ben even te veel met andere dingen bezig, en kom ook niet op ideeen op dit moment. Mijn fantasie raakt een beetje op na een jaar lijkt het wel. Maar ik wil er ook niet zomaar mee stoppen..  Truste voor nu en tot binnenkort hoor!

    #21810

    vlaamsevink
    Participant

    Is prima hoor. Hopelijk zijn het prettige dingen die momenteel veel tijd van je vragen! Ik zal af en toe eens komen kijken bij dit topic, en als je tijd en inspiratie hebt dan merk ik het wel. 😉

Viewing 20 posts - 501 through 520 (of 520 total)

You must be logged in to reply to this topic.