Het verhaal

Forums De Kantine Het verhaal

This topic contains 509 replies, has 9 voices, and was last updated by  pluk 17 hours, 4 minutes ago.

Viewing 10 posts - 501 through 510 (of 510 total)
  • Author
    Posts
  • #21560

    vlaamsevink
    Participant

    Een heel eind verderop in het decor waren twee bomen druk aan het overleggen.

    ‘Jij bent een stomme boom’ zei de aardappelboom tegen de rijstboom. ‘Rijstbomen bestaan niet. Je valt op zo.’

    ‘Jij niet dan’ zei de rijstboom kwaad. ‘Zelfs die domme kabouter had je door.’

    De aardappelboom fladderde ongeduldig met zijn takken. ‘Vitten over kleinigheden brengt ons niet verder. Laten we liever voortmaken met onze opdracht.’

    ‘Goed’ zei de rijstboom. ‘Hoe gaan we de Amerikaanse verkiezingen beïnvloeden?’

    De aardappelboom zuchtte diep. ‘Dat was meer dan twee jaar geleden, sukkel. Nu gaat het om die twee uitvinders. We moeten ze ontvoeren en naar de president brengen.’

    ‘Lekker makkelijk, mensen ontvoeren wanneer je een boom bent’ gromde de rijstboom. ‘Wie komt op zo’n stom idee?’

    De aardappelboom draaide zich dreigend naar zijn buur. ‘Wat! Onze opdrachtgever hééft geen stomme ideeën, alleen geniale invallen die het glorieuze vaderland nog, euhm, bijzonderder maken. Begrepen?’

    ‘Ja, Wimov’ zei de Keesovboom met een benepen stemmetje.

    ‘Noem me niet zo! We zijn hier undercover!’ En… Sttt! Ik hoor stemmen.’

    Anne en de kabouters die met haar waren meegelopen hadden de aardappelboom ontdekt (en daardoor meteen ook de rijstboom, natuurlijk). ‘Zo’ zei Anne, terwijl ze op de stam van de aardappelboom tikte. ‘Dus dit is die befaamde niet-boom?’

    Prompt liet de boom een welgemikte aardappel op haar vallen.

    #21570

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    “Check” zei Anne direct “bomen kunnen niet horen en niet mikken. Is dus inderdaad geen boom.” De boom liet een hele berg aardappels vallen, maar maakte het daarmee voor zichzelf natuurlijk niet beter. “Kom, laten we hem er uit trekken, dan kunnen we hem beter bekijken”. Zoals al eerder gezegd, zijn kabouters onwijs sterk, dus het was wel te verwachten hoe dit zou aflopen. Toen de Wimov aardappelboom even later uit het decor was geplukt en op zijn blote voeten op het gras stond was wel duidelijk waarom bomen normaal wortels hebben in plaats van tenen. Hij had de grootste moeite overeind te blijven staan.
    De rijstboom proestte van het lachen. Dat had hij beter niet kunnen doen, want lachtende rijstbomen vallen nog meer op dan stille. Even later stond hij dus naast zijn soortgenoot in het gras, te piepen dat het gras kriebelde tussen zijn blote tenen. De hele menigte stond er omheen. “Het is een boom met tenen” vond de een. “Nee, ze zij betoverd” dacht Theodorus “alleen, door wie, en waarom?” “Wie horen het te zijn?” vroeg Frederic zich af. “Volgens mij stellen ze zich gewoon aan, ik loop altijd op blote poten en er is niks mis mee” snoof Jochem. Miriam gaf een van de twee een duwtje, waarna hij, na eerst even met zijn takken te malen, languit op de grond viel. De bast krakte open en het werd duidelijk dat Wimov er in zat. Prieeltje en Anne, de enigen uit het gezelschap die dit heerschap eerder ontmoet hadden, begonnen direct te gillen dat hij gepakt moest worden. Terwijl iedereen bovenop Wimov sprong om hem in de houtgreep te nemen, dacht Keezov zijn kans schoon te zien. Hij trippelde zo snel zijn tenen wilden over het gras. Maar de eerste oplettende kabouter zwaaide met zijn stok en riep dat de boom er vandoor ging. Miriam haalde hem met een vleugelslag in, tilde hem in z’n geheel op met haar bek en bracht hem terug naar de groep. “Zal ik deze ook laten vallen?” vroeg ze. Met de boom tussen haar kaken klonk dat eigenlijk als “‘hal ik ghehe ook lahu hahhu?” maar iedereen begreep wat de bedoeling was en riep “ja!!”. Keezov beleefde twee erg paniekerigs seconden terwijl hij uit de bek van Miriam viel en toen krakte ook zijn vermoming uit elkaar.

    Er verscheen een wit, klein hondje, dat keihard begon te huilen toen hij zag dat er twee bomen gesloopt waren.

    #21580

    vlaamsevink
    Participant

    ‘Luister eens’ zei Prieeltje streng tegen Wimov en Keesov, ‘dat gaat zomaar niet hoor. Deze wereld is van ons en daar horen stoute meneren uit Rusland niet thuis. Wat komen jullie hier doen?’

    Wimov en Keesov keken schaapachtig naar elkaar en daarna naar Prieeltje.

    ‘We kwamen een beetje een persoon ontvoeren’ zei Keesov na een tijdje.

    ‘Da’ zei Wimov. ‘Een persoon en nog een beetje. Het is te zeggen, eigenlijk twee personen… persoontjes.’

    ‘Het stelt allemaal niet zoveel voor’ probeerde Keesov. ‘Misschien zouden die twee persoontjes uit eigen beweging ook wel naar onze president hebben willen gaan. Is het dan wel een ontvoering? Of zou je kunnen zeggen dat wij, euhm, deze mensen gewoon wat sneller gewezen zouden hebben op een interessante reisbestemming?’

    ‘Da’ zei Wimov. ‘Zeer interessant. President heeft een hele mooie datsja. Er is stromend water, en als je het op het fornuis zet dan is het zelfs warm. President heeft bijna alle dagen elektriciteit, en voltijds drie mensen die de schimmel van de muren krabben. Het toilet heeft een eigen tuin. Er is ook veel ontspanning, president heeft projector met films van Charlie Chaplin en een antenne voor Duitsland.’

    Dat was natuurlijk nogal wat. Prieeltje was er even stil van. Uiteindelijk vroeg ze: ‘Wie kwamen jullie eigenlijk ontvoeren?’

    ‘Ah’ zei Keesov. ‘Dat is geheim. Mogen wij niets van zeggen. Staatsbelang. Vertellen is minachten van de Russische president, en brengt de glorie van het vaderland in gevaar.’

    ‘Da’ zei Wimov. ‘Hij bedoelt: krik-krak’. Hij maakte het welbekende gebaar van iemand die zijn mond op slot doet.

    Een slinkse kabouter rende naar voren met een lange strohalm (die lag daar net op de grond, wat toevallig enorm goed uitkomt voor het verhaal) en begon Keesovs blote tenen ermee te kietelen.

    ‘Huuu!’ zei Keesov. ‘Haahahahahahaaaaa! Stopstopstopstopstoooop!’

    De kabouter hield op met kietelen.

    ‘Wij zijn gekomen om te ontvoeren de heren Theodorus en Frederic’ gaf Keesov toe.

    #21599

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    “Ik hou wel van Charlie Chaplin!” reageerde Theodorus meteen. “Maar ik vind het niet netjes van die baas van jullie om mij te laten ontvoeren, in plaats van me gewoon mee te nemen. Wie denkt hij wel dat hij is?” “Roessische president” antwoorde Keesov “Roestige president?” herhaalde Theodorus “Zeker een al wat oudere robot” “Neeneeneee” zei Keezov “Niet robot, wel beresterk en star, maar…” hulpeloos keek hij naar Wimov. Die besloot korte slagen te maken “U wilt mee? Mooi, mag vast in auto stappen” en hij wees door het gat dat in het decor was ontstaan door de twee verdwenen bomen. “Nee” zei Anne “Theo, let op hoor, staks zit je vast in Siberie!” “Valt mee nu” zei Keezov “In zomer premafrost smelten, boel veel blubber, boel veel vastzitten. Nu koud, grond hard, kan je gewoon op lopen”. “Hoe koud?” vroeg Theodorus “-40 C, -50 C, wisselt een beetje” zei Keezov geruststellend.”Hebben we niet ook Charlie Chaplin op Netflix?” vroeg Theodorus opeens geschrokken aan Prieeltje “Op wat?” vroeg die, maar Doutzen kon hem geruststellen “Jahoor, je kan alles kijken, kom maar langs bij ons in de torenkamer. Dan zoeken we die Sjaarlie wel op voor je. Is ze mooi?”. Theodorus antwoordde niet, maar zei plechtig tegen Wimov “Ik heb zojuist besloten niet mee te gaan”.
    Wimov werd rood en toen wit en toen schoot hij uit zijn wortel tegen Keezov “Je hebt het helemaal verknald, je had het niet moeten zeggen”
    Toen pas kwam Frederic er tussen. Hij had de conversatie al die tijd staan volgen als een tennisspel van links naar rechts kijken en had er over nagedacht. “Waarom wil jullie president ons eigenlijk hebben?” vroeg hij zich af. “Weet niet” zei Keezov en ook Wimov schudde zijn hoofd.
    “Ga maar even vragen dan, als ik weet waarom ik mee moet zal ik er over nadenken” besloot Frederic “Dus tot binnenkort!” zie hij tegen de twee heren “En dan gewoon bij me aanbellen hoor, ik hou niet van dit soort verkleedpartijtjes”. Hij draaide zich om, zwaaide naar de hele groep kabouters en anderen “Doeg, ik ga slapen” en begon naar het kasteel te lopen.
    De kabouters keken verschrikt op hun horloges en concludeerden dat het nieuwjaarsfeestje veel te lang geduurd had, gezien ze morgen weer gewoon aan het werk moesten. Ook de andere kasteelbewoners vonden het wel mooi geweest en begonnen naar huis te lopen. Doutzen en Japke smoezend achteraan.
    Toen ze even later allemaal bij het kasteel waren bleken de twee kleine spoken verdwenen. Het begon al te schemeren dus dat was niet al te vreemd. “Hoeoeoeewieieieieieieiee” “Hoeoeoeewieieieieieieiee” klonk het even later over de velden, en Keesov en Wimov reden met witte gezichten van angst via de coulissen weg van het decor, terug naar de datsja.
    Op het moment dat de achterlichtjes verdwenen waren deed een kabouter het de schijnwerpers bij het 2019 decor uit, draaide de verwarming laag, controleerde of de raampjes geloten waren en sloot netjes af met een grote koperen sleutel, voor hij naar zijn boom ging om ook lekker te slapen.

    #21634

    vlaamsevink
    Participant

    Sorry hoor, heeft even geduurd…

    Zo bracht iedereen eindelijk nog eens een nacht op het kasteel in het midden door. Ook Japke en Doutzen hingen het grootste deel van de tijd gewoon boven hun eigen bed (spoken slapen hangend) want na een tijdje begonnen ze het toch een beetje koud te vinden buiten en bovendien was het een beetje mistig, en ze hadden geen zin in natte kleren – een spook kan immers niet zomaar van kleed wisselen.

    De volgende ochtend stond de koning vol dadendrang op. ‘2019 wordt een bijzonder jaar!’ riep hij opgetogen. ‘Een jaar waarin de bijzondere bijzonderheden die ik als een onuitputtelijke reeks wonderlijkheden verwezenlijk, nog bijzonderder zullen worden! Mijn ideeën zijn zo groots dat ze bijna te veel zijn voor één rijk!’ De rest van het kasteel sliep nog, en dus was er niemand om de koning bij te vallen (dat vond hij jammer) maar ook niet om hem tegen te spreken (dat viel hem dan weer mee).

    De koning ging secuur in het midden van zijn gouden troon zitten en keek uit over zijn rijk, met zijn mooie nieuwe decor, en vroeg zich af wat hij er nu precies mee wilde gaan doen. Nadat hij daar even over had nagedacht, kwam hij tot de conclusie dat hij daar eens láng over moest nadenken. Hij begon er meteen mee, maar hield er na zeventien minuten mee op toen hij zich bedacht dat hij niet precies wist hoe lang dat nu precies duurde, lang nadenken. Hij trok aan een bel, en even later verscheen een raadgever voor de majesteitelijke troon.

    ‘Vertel me eens, Ingenius’ zei de koning. ‘Hoe lang duurt lang nadenken?’

    Ingenius wist het meteen. ‘Lang nadenken, majesteit,’ antwoordde hij, ‘duurt even lang als zeven en een halve keer kort nadenken.’

    ‘Hmm’ zei de koning. Hij fronste zijn wenkbrauwen en deed Ingenius teken dat hij kon gaan. Nadat de wijze man zich had teruggetrokken, bleef de koning achter met de eenzaamheid die, zo vond hij zelf, alle grote mannen eigen was. Want hoe lang duurde kort nadenken dan wel? Hij had het niet durven vragen. Toen schakelde hij over op de vraag of er ook grote vrouwen waren en of ook zij wel eens eenzaam zouden zijn, maar de koning, die buiten zijn Marels weinig interesse had in het vrouwelijk geslacht, wist ook daar het antwoord niet op. Misschien moest hij het nog verder verbijzonderen van zijn verwezenlijkingen maar wat uitstellen, en voorlopig genoegen nemen met iets dat gewoon bijzonder was. Ja, dat zou hij doen. En hij had al een idee.

    #21651

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Hij stond op, liep naar de keuken en schudde een hoeveelheid havermout in een kommetje. Wilde er een scheut melk bij doen, maar bedacht zich nog net op tijd dat hij liever warme pap had, zoals de keukehulp meestal voor hem maakte. Dus hij zette een pannetje op het fornuis en goot de melk daarin. Daarna ging hij de krant lezen. Toen hij bij de wetenschapskatern aangekomen was rook hij iets vreemds. Hij keek op van zijn krant en zag dat er iets raars gebeurd was. De melk was, zonder hulp van buitenaf, uit het pannetje geklommen, en zat nu aan te koeken op de kookplaat. Een heel klein restje melk dat in het pannetje achtergebleven was was een soort dun bruin-zwartig koekje op de bodem van de pan geworden. Dit alles rook zeer vreemd, in elk geval niet zoals zijn pap normaal ‘s ochtends rook. De koning besloot dat het beter was nergens aan te zitten en Marels te halen. Misschien had een van die tovenaars zijn melk betoverd zodat die nu kon klimmen? De koning liet de pan staan en haastte zich naar Marels, die nog lekker lag te slapen. De koning vroeg zich af of zij het op prijs zou stellen als ze wakker gemaakt zou worden voor zo iets abnormaals. Marels was wel vaker uit haar humeur als hij haar ‘s ochtends wakker maakte, ook al ging het om de meest spectaculaire gedachten of gebeurtenissen.

    Toen de koning een poosje had zitten denken hoorde hij opeens een schel geluid. Hierdoor hoefde hij niet meer na te denken over het wel of niet wakker maken van Marels. Zij hoorde het geluid ook en schoot overeind. “Brandalarm!” riep ze direct en toen “Man, pak de fotoboeken, we gaan naar buiten”. Ze had weinig aan, vond de koning, om naar buiten te gaan, maar hij had wel geleerd niks over Marels’ kleding te zeggen, omdat dat ook zoiets was wat ze meestal niet erg kon waarderen. Hij wilde liever zijn zetel en een paar ordners met staatsgeheimen mee naar buiten nemen, maar Marels stond er op dat hij de helft van de fotoboeken zou dragen.

    Alle andere bewoners stonden al buiten toen ze aan kwamen sjouwen. Er heerste een bepaald sfeertje van onrust en spanning. De tovenaars waren aan het proberen water te laten spuiten uit hun toverstokjes, maar hadden hun toverboek binnen laten liggen, wat niet erg bevorderlijk was.
    Jocheia probeerde Mirjam tegen te houden om binnen te gaan kijken wat er aan de hand was. Miriam stelde voor samen met Jochem te gaan, maar gezien zijn potentiele confettiproductie en het daarmee samenhangende brandgevaar vond iedereen dat een uitermate slecht idee.

    Toen kwam Opa koning aanlopen. Hij woonde al een tijdje in in het kasteel van het Midden, sinds hij Prieelte weer ontmoet had en zijn kasteel uit het zand opgegraven was in Zuid Afrika. Hij had de tuinslang bij zich, richtte zich op het keukenraam dat er erg rokerig uitzag en vroeg of een draak (met vuurvaste poten) het raam voor hem omhoog wilde schuiven. Zonder verder op Jocheia te letten sprong Mirjam enthousiast naar voren en deed het raam open. Opa koning spoot zo veel water naar binnen dat er een gat in de rookwolk ontstond, zodat ze konden zien dat de oorzaak waarschijnlijk het een of ander op de kookplaat was. Opa koning spoot een pannetje vol water en toen ging het brandalarm uit.

    “Mooi” vond Marels “ik kreeg het al aardig koud” en ze de liep weer naar binnen, om direct weer in haar bed te duiken. “Ik weet dat je nog wakker bent” zei de koning, die haar achterna was gelopen, al was het alleen maar omdat de fotoboeken weer opgeborgen moesten worden. “Ik wilde wat aan je vragen, maar je sliep nog. Nu je toch wakker bent…” Marels zuchtte en stak haar hoofd boven de deken uit. “Wat is er” vroeg ze.

    #21652

    vlaamsevink
    Participant

    ‘Ik vroeg me af’ zei de koning, die een beetje gehaast was omdat hij de wetenschapskatern nog wilde uitlezen voor hij aan verdere verwezenlijkingen zou beginnen, ‘wat je zoal kan doen om te vermijden dat warme melkpap uit het pannetje wegloopt, en op het fornuis terechtkomt en zo.’

    Marels begreep meteen wat het brandalarm veroorzaakt had waardoor ze even daarvoor zo ruw uit haar slaap gewekt was. ‘Jij sukkel!’ riep ze. ‘Waarom probeer je ook zelf te koken, je weet dat dat niets voor koningen is. Oh, als ik toch niet alles zelf doe!’ Ze keek om zich heen naar iets om mee te gooien en graaide naar een van de fotoboeken, die weliswaar opnieuw naar binnen gedragen waren maar die nog niet netjes waren teruggeplaatst in de koninklijke bibliotheek. Ze mikte het album naar het raam, trok zich er niets van aan dat dat gesloten was (want het was koud) en even later vloog het album, begeleid door luid glasgerinkel, naar buiten. De koning keek het beduusd na, tot zijn vrouw hem van onder de dekens kwaad toeriep: ‘Wel? Er ligt een fotoalbum op het gazon. Zou je dat niet een keertje gaan halen?’

    De koning liep mopperend weer naar beneden en viste het album tussen de begonia’s vandaan, verontwaardigd mopperend dat hij zo natuurlijk nooit aan staatszaken toekwam. Hij gaf het album aan een lakei met het verzoek het van begonia’s te ontdoen, en ging toen aan de slag met het grote plan dat hij inmiddels bedacht had: hij zou de achterkant van het kasteel gebruiken om een metersgroot portret van zichzelf te maken. Dat leek hem een geweldig idee, en hij wist wel zeker dat al zijn onderdanen er ook zo over zouden denken.

    Een pot verf en een borstel waren snel genoeg gevonden, en van de verontwaardigde kreten van de man die bezig geweest was de staldeuren te schilderen trok de koning zich niets aan. De borstel was in uitstekende staat en de verfpot bijna vol: uitstekend voor een koninklijk portret. Enthousiast doopte de koning de borstel in de verf, zette hem vervolgens tegen de muur… en toen aarzelde hij. Hoe zag hij er eigenlijk uit? Hij had zichzelf wel eens in de spiegel gezien, maar niet vaak genoeg om zijn hoofd uit het hoofd te schilderen. En een spiegel mee naar buiten nemen, nee. Zou je Marels weer horen. De koning had een beter idee.

    ‘Ignobel, Stupidus! Hier komen!’

    De twee gevraagde lakeien verschenen vrijwel meteen.

    ‘Ik ga schilderen’ kondigde de koning aan. Hij hield de borstel in zijn linkerhand en de verfpot in de rechter; het was een enigszins overbodige mededeling. Ignobel en Stupidus hoorden haar stilzwijgend aan.

    ‘Ik ga meer bepaald mezelf schilderen’ verduidelijkte de koning. ‘En jullie mogen beschrijven hoe ik eruit zie. Zodat ik weet wat ik moet schilderen.’

    Ignobel en Stupidus keken elkaar een fractie van een seconde aan, en zeiden toen tegelijkertijd: ‘Uitstekend, majesteit.’

    ‘Eerst het hoofd’ zei de koning. ‘Hoe is dat?’

    ‘Rond’ zei Ignobel.

    De koning tekende een grote cirkel op de muur. Toen  hij daarmee klaar was, zette hij enkele stappen naar achteren. Hij hield zijn (ronde) hoofd schuin, en schudde ermee. ‘Te klein! Het moet zó worden’ gaf hij aan. ‘Tot dáár.’ Hij wees vaagweg in de richting van de kantelen. De koning keek nog even beteuterd naar de cirkel, en knipte toen met zijn vingers. ‘Ik weet het! Ik heb een ladder nodig!’

    #21665

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Niet veel later kwam Prieeltje langs. Ze hield van ochtendwandelingen en aangezien ze toch wakker was door dat brandalarm, had ze bedacht de traditie van ochtendwandelen in ere te herstellen. Ze zag haar vader op een ladder met een grote borstel vol verf in zijn hand. “Pa, wat doe jij nou?!” gilde ze “Kom van die ladder af met die kwast!”

    Enigszins beduusd, en er bovendien aan gewend om te gehoorzamen aan de vrouwen in zijn directe omgeving, kwam de koning direct van de ladder af. “Het wordt prachtig!” meldde hij aan zijn boos kijkende dochter “daar is geen discussie over mogelijk”. “Pa, mag ik je er aan herinneren dat jij, Marels en de hele hofhouding logeren in mijn kasteel?” zei Prieeltje pinnig “En dat ik er dus over ga of hier al dan niet prachtige muurschilderingen komen? Bovendien ben ik bang dat je van die ladder aflazerd”. “Kind, aflazeren isgeen woord voor een princes” zei de koning, het geheel over het logeren negerend “zeg dan dat je bang bent dat je liefhebbende vader zijn evenwicht verliest”.

    #21676

    vlaamsevink
    Participant

    Die opmerking negeerde Prieeltje dan weer. Ze zette een paar stappen achteruit om de schildering in wording wat beter te overzien. ‘Wat is dit eigenlijk?’ zei ze halfluid. ‘Een paard… nee, wacht. Een kat… ook niet. Een mens? Ach nee, natuurlijk niet. Pa, ben je abstract bezig of zo?’

    De koning gromde. ‘Zie je dat dan niet? Het is een zelfportret. Van mezelf, dus. Met een hoofd, zie je wel? Rond, zoals het mijne.’

    Prieeltje voelde lachkriebels opkomen, maar die kon ze nog net onderdrukken. ‘Kom, pa’ zei ze. ‘Laten we gezellig even thee gaan drinken of zo, dan bedenken we daarna wel wat anders voor je.’ De koning liep gedwee mee naar binnen, zijn half afgewerkte muurschildering achterlatend.

    Binnen bleek Marels net heerlijke thee gezet te hebben, en Prieeltje en de koning dronken samen de hele thermos leeg. Het was wel gezellig, maar de koning voelde zich niet helemaal gelukkig want hij had nog steeds geen groots project om zich mee bezig te houden. Hij wilde daar net een opmerking over maken, maar hij werd onderbroken door iets dat buiten gebeurde en dat ongeveer klonk als GRGRGRGRGRGRGRGRGRGGGG.

    De koning vergat terstond wat hij had willen zeggen, en riep verbaasd: ‘Wat is dat GRGRGRGRGRGRGRGRGRGGGG?’ Hij liep naar het raam. Bleek dat vlak naast zijn kasteel een hoop beton gestord werd. Naast de betonmolen stonden een man en een vrouw. Ze negeerden de molen volkomen, maar gebaarden wel druk in de richting van het kasteel.

    Prieeltje en de koning liepen naar buiten. ‘Wat doen jullie hier?’ zei de koning kwaad. ‘Dit is privédomein hoor. Je mag hier niet komen.’

    De man stak joviaal een hand omhoog. ‘Hoi, ik ben Robert. Zij is Fabiana. En je hoeft je er geen zorgen over te maken dat we hier komen, want we zijn er al dus we hóeven niet meer te komen. Begrijp je?’

    De koning vond het onbeleefd dat hij met ‘je’ werd aangesproken en hij had ook de indruk dat de redenering van de man niet helemaal klopte, maar hij kon er de vinger niet opleggen.

    #21679

    pluk
    Participant
    Topic Starter

    Ik heb vanavond geen inspiratie en ben hierna een paar avonden van huis, dus ik zwaai even *zwaai* tot binnenkort!

Viewing 10 posts - 501 through 510 (of 510 total)

You must be logged in to reply to this topic.